Je werk raakt je. Maar je hoeft het niet mee naar huis te nemen.


Je doet de deur van je werkplek achter je dicht. Je loopt naar de parking: ja, naar huis.
Ongewild begint onderweg naar huis je hoofd de hele dag te herhalen. Wat moeilijk was, blijft hangen. Het draait rond in je hoofd. Maar ook in je maag. In je buik. Je gedachten gaan met je aan de haal.
Deed ik het wel goed? Had ik niet beter anders gereageerd? Moest ik dat wel zo aanpakken? Ik ben weer los in mijn valkuil getrapt!
Voor je het weet, zijn de vragen in je hoofd veranderd in stellingen. Dan vraag je je niet meer af of je het wel goed deed. Nee, je gaat ervan uit dat het zo was.
Daar komt dan zo’n allesoverdonderend gevoel van falen bij. Dat trekt je helemaal naar beneden.
De rest van de avond, overal waar er ruimte is, begint je hoofd te botsen over je werk. Én vooral over hoe jij het gedaan hebt, hoe jij je gedragen hebt. Dit vraagt zoveel van je dat je er afwezig van lijkt.
Hoe je er eigenlijk in slaagt om de volgende dag weer oké op je werk te staan, dat weet je niet.
Je moet het vast wel graag doen, anders zou je dit zo niet volhouden. Je wil het ook heel graag goed doen. Je wil er zijn voor de mensen die je nodig hebben.
Dat is het moeilijke aan hulpverlener zijn. Je bent niet zomaar met iets bezig. Je bent bezig met het leven van anderen.
Je hebt daar zoveel respect voor dat jij alles wil geven om anderen te helpen. Jouw invloed is van belang. Of je nu kinderen begeleidt, volwassenen, in het OCMW werkt of het CAW, of straathoekwerker bent.
We weten allemaal dat in moeilijke situaties een verbinding met een gezonde, stabiele volwassene een verschil kan maken.
Wanneer je na je werk nog uren in je eigen emoties en gedachten vastzit, heeft dat invloed op hoe je er de volgende dag opnieuw kunt staan.
Dat klinkt gek hé. Want je wil niet liever. En omdat je te hard probeert, lukt het niet.
Dat lijkt wel een mindfuck of zo, toch?
Dat jij zoveel passie hebt voor jouw job, dat moet je niet veranderen. Dat is heel mooi en dat maakt dat je de energie hebt om elke keer opnieuw weer op te dagen.
Waar het anders mag, is dat je jezelf daarin een andere plek mag geven.
Jij bent als hulpverlener immers je belangrijkste instrument. Tijd om ook voor dat instrument goed zorg te dragen!
Zodat jouw empathie niet langer jouw valkuil wordt, maar jouw kracht.
Hoe doe je dat dan, van empathie een kracht maken?
Je voelt heel veel als je zo empathisch bent. In plaats van door die gevoelens meegesleept te worden, kan jij leren om er wat bij te blijven staan.
Dat is emotionele standvastigheid.
Het betekent niet dat je minder voelt. Het betekent dat wat je voelt er mag zijn, zonder dat het meteen bepaalt wat jij denkt, doet of gelooft.
Dát is een vaardigheid die je kan oefenen. Net zoals je kan leren fietsen, skiën of tennissen.
Ik zeg hier oefenen, want het is als een sport. Het is geen eigenschap die je hebt of die je niet hebt. Net zoals bij sport hoef je het niet altijd perfect te kunnen om er steeds beter in te worden.
Hoe meer je hierin oefent, hoe meer ruimte er ontstaat om er voor je cliënt én voor jezelf te zijn.
Vanuit die standvastigheid kan je samen met je cliënt moeilijke momenten dragen. Je kan je cliënt helpen vertragen, zodat die meer tijd neemt om rationele beslissingen te maken. Zo help je situaties de-escaleren.
Vanuit die standvastigheid kan je je cliënt teruggeven wat jou raakt, op een rustige, constructieve manier. Zodat je cliënt echt voelt dat zijn woorden effect hebben op een ander. Zo kan er een echte verbinding komen van mens tot mens en voelt je cliënt zich gezien.
Vanuit die standvastigheid kan je ook je eigen emotionele proces vertragen. Waar angst om het niet goed te doen je meeneemt in een draaikolk, kan jij vertragen en jouw rationeel denkende stukje wat meer aan het stuur zetten.
Dan hoef jij na je werk geen hele avond in die draaikolk te blijven zitten.
De vraag is: hoe doe je dat, emotionele standvastigheid oefenen?
De bedoeling van emotionele standvastigheid is dat jij betrokken kan blijven zonder jezelf daarin te verliezen.
Je moet dus niet harder worden of minder gevoelig. Je moet ook niet sterker worden of meer vastberaden.
Je mag vooral oefenen om bij je emoties te blijven zonder erin meegesleurd te worden.
Dat kan je oefenen door te beginnen met op te merken wat er gebeurt.
Als jij merkt dat in je hoofd je gedachten beginnen te razen.
Als je merkt dat je gedachten wel heel donker worden.
Als je merkt dat je gedachten zich vooral tegen jou aan het keren zijn.
Als je merkt dat er in je gedachten nog weinig nuance te vinden is.
Als je merkt dat je gedachten niet openstaan voor een andere kijk.
Dan mag je ervan uitgaan dat je emotioneel geraakt bent.
Je mag het vanuit je gedachten benaderen, omdat we op zo’n momenten dikwijls het contact met ons lichaam al verloren zijn. De manier waarop je gedachten vorm krijgen, is dan het signaal waarmee je aan de slag kan.
Wanneer je opmerkt dat dit aan het gebeuren is, heb je eigenlijk maar twee dingen te doen die heel goed samenwerken.
Ga niet mee in je gedachten
Dus stel: je bent onderweg naar huis en je merkt op dat je gedachten tekeergaan over wat er op je werk gebeurde.
Probeer dan niet meteen te gaan analyseren. Je hoeft er niet in mee te gaan en je hoeft ze al helemaal niet te geloven.
Kijken naar de betekenis van dit moment en deze gedachten, dat doe je pas later. Wanneer je tot rust gekomen bent en dit in verbinding met iemand anders, bij wie je je goed voelt, kan bespreken.
Je mag op het moment dat het gebeurt, opmerken dat je gedachten er zijn, maar er niet op ingaan.
Breng je aandacht terug naar je lichaam
Dat vinden we dikwijls moeilijk. Als je er niet op ingaat en tegelijkertijd je aandacht richt op je lichaam, dan is het al heel wat gemakkelijker.
Voel hoe je rug de leuning van je autostoel raakt.
Voel hoe je voeten bewegen op de trappers van je fiets.
Voel hoe je voeten in je schoenen zitten.
Voel hoe je ademhaling je lichaam beweegt.
Wat je voelt, zal misschien een onaangename sensatie zijn. Aangezien er spanning is, zou dat niet abnormaal zijn.
Laat dat ook even gebeuren.
Je kan dat echt wel dragen.
Je kan echt wel even een gek gevoel in je buik verdragen, een tinteling in je voeten of een versnelde ademhaling.
Geef het de tijd en dan komt het vanzelf terug op z’n plooi.
Als je dat regelmatig oefent, ook wanneer je nog niet echt emotioneel geraakt bent, dan zal het een vaardigheid zijn die je op moeilijke momenten ook kan toepassen.
Probeer het eens en merk eens op wat er na deze oefening in jouw hoofd gebeurt.
Je werk mag je raken. Maar het hoeft niet de rest van je avond over te nemen.
Je wil na je werk thuiskomen en er ook écht zijn.
Voor je partner. Voor je kinderen. Voor je vrienden. Of gewoon voor jezelf.
Een boek lezen, gaan sporten, koken, niets doen.
Zonder dat een gesprek van die middag telkens opnieuw door je hoofd speelt.
Als je het geprobeerd hebt, dan zou ik het super fijn vinden als je je ervaring met mij wil delen.
Wil je graag meer weten over betrokken blijven zonder jezelf te verliezen? Meld je dan aan voor een gratis online kennismakingsgesprek.
Dan kijk ik graag samen met jou hoe stevig bij jezelf blijven er voor jou kan uitzien.



Opmerkingen