Waarom je werk als hulpverlener je zoveel energie kost – én hoe het anders kan
- paardenbos
- 4 dagen geleden
- 4 minuten om te lezen
Je kent het waarschijnlijk wel. Je hebt een moeilijk gesprek gehad. Het blijft in je hoofd hangen. Drie uur later rij je naar huis en je hoofd is er nog steeds over bezig. ’s Avonds thuis doe je iets in het huishouden en ja, nog steeds datzelfde gesprek dat in je hoofd ronddraait. Zo is het niet af en toe, maar zo is het bijna dagelijks voor jou.
Vaak zeggen mensen tegen mij: "Dat moet toch een zware job zijn." En eerlijk? Zo ervaar ik dat zelf niet. Niet omdat ik nooit moeilijke situaties zie. Die zie ik elke dag. Maar omdat ik geleerd heb hoe ik daarmee omga zonder alles mee naar huis te nemen. En precies daar zit volgens mij het verschil.
Ik zie dat veel collega hulpverleners het werk als zwaar ervaren. Je komt in aanraking met zware thema’s en problematieken die ons allemaal raken tot in het diepste van onze ziel. Het is pijnlijk om te zien dat er veel leed is in de wereld. Dat is moeilijk. Dat is één reden waarom onze job als hulpverlener moeilijk is en emotioneel zwaar. Jammer genoeg hebben we daar geen controle over. We kunnen de maatschappij, het beleid of de structuur niet zomaar veranderen. In de dagelijkse realiteit moeten we accepteren dat er grenzen zijn waar we mee moeten werken en leven. Als je boos blijft, verdrietig of weerstand hebt op iets wat je niet kan controleren, dan blijf je emotioneel onstabiel en zuigt dit energie. Geen nood, loslaten kan je leren. Maar daar gaan we het nu niet over hebben. Kijk daarvoor gerust eens tussen mijn andere blogs.
Een andere reden waarom onze job zo zwaar voelt, ligt niet in het werk zelf, maar in de manier waarop wij ermee omgaan.
We willen het zo goed doen. We zijn idealistisch. We willen mensen helpen. Soms willen we hen zelfs redden.
Dat maakt dat we tot het uiterste gaan en het beste van onszelf geven. En precies daar ligt het probleem.
Wanneer je altijd je uiterste best wilt doen, voelen kritiek of moeilijke gebeurtenissen al snel als een bewijs dat je tekortschiet. Je denkt: "Zie je wel, ik heb het niet goed gedaan." Daardoor ga je nog harder werken, terwijl dat eigenlijk niet is wat je nodig hebt.
Wanneer je je focus legt op het gewoon goed doen, dan komt zo’n feedback heel anders binnen.
Je hebt nog ruimte in jezelf om iets op een andere manier aan te pakken. Daardoor geeft kritiek of feedback veel minder problemen. Je kan het aannemen, verwerken en je gaat ander gedrag stellen. Je krijgt dan ook een ander resultaat. Als het een goede tip was, dan krijg je ook een beter resultaat waardoor je werk gemakkelijker wordt. Je wint dus super veel!
Een belangrijk deel van het verschil zit in je aarding.
Wanneer je feedback moeilijk kan loslaten, is je aarding nog kwetsbaar. Een stevige aarding betekent eigenlijk dat je stevig blijft staan wanneer moeilijke situaties op je afkomen. De aarding van iemand die de feedback kan accepteren, verwerken en omzetten is sterk. Aarding denk je nu misschien? Dat is toch zo’n ding voor aan je huis voor wanneer de bliksem inslaat? Dat klopt! Wanneer in je huis de bliksem inslaat vangt aarding dat op en voert het die binnenkomende energie af naar de grond. Zo blijft je huis onbeschadigd en veilig. Bij mensen is het net zo. Zie de feedback eens als een blikseminslag. Bij iemand met een kwetsbare aarding slaat die bliksem in en richt hij ravage aan. Bij iemand met een stevige aarding wordt die opgevangen, verwerkt en omgezet in actie. Wanneer denken, voelen en doen opnieuw samenwerken, blijf je vanzelf steviger met beide voeten op de grond.
Wanneer je merkt dat feedback of gebeurtenissen zo sterk binnenkomen bij jou, dan heeft dat altijd iets te maken met jouw aarding.
Bij mensen is aarding natuurlijk niet gewoon een ijzeren staaf die je in de grond slaat. Dat werkt voor een huis. Bij mensen is aarding een psychisch proces...
Dat is niet iets waarmee je geboren wordt. Dat is iets wat je kan leren.
Zo’n aarding, die er voor zorgt dat je stevig kan blijven staan, die moeten wij als hulpverlener zelf maken. Sommige hulpverleners dragen ook eigen kwetsuren of moeilijke ervaringen mee. Dat maakt niet dat je geen goede hulpverlener bent, maar het kan wel maken dat bepaalde situaties je sterker raken. Daarnaast kan ook je temperament een stukje meespelen en ook het feit dat veel hulpverleners heel gevoelig zijn, maakt dat zij niet zo’n goede aarding hebben. Als gevoelig persoon heb je namelijk meer werk in het leren omgaan met emoties en jezelf dan een gemiddeld ander mens. Dat is een proces, maar dat is ook heel mooi. Want jij kan emoties voelen op een manier die vele andere mensen niet kennen. Dat maakt jouw werk ook zo waardevol. Jij kan jouw binnenwereld gebruiken om anderen te helpen. Jij bent immers het belangrijkste instrument in je begeleiding. Jouw aarding is daarbij voor jou van levensbelang.
Als hulpverlener weet je één ding zeker: vroeg of laat slaat de bliksem in.
Jouw aarding bepaalt hoe dat voor jou voelt, wat dat met je doet en hoe je nadien weer verder kan. Je moet dus helemaal niet harder werken en meer je best doen. Je moet gewoon een goede aarding ontwikkelen. Dat kan je leren.
Je hoeft geen hardere hulpverlener te worden. Je hoeft niet minder betrokken te worden.
Je mag leren hoe je stevig blijft staan wanneer de bliksem inslaat.
Dat is precies wat we doen in Meer energie in 90 dagen.
Als je dit graag wil leren, aarzel dan niet om een gratis sessie in te plannen via de website of via sannedesmetcoaching@gmail.com
Je werk hoeft niet minder zwaar te worden om het lichter te laten voelen. Je hoeft niet minder betrokken te worden. Je mag leren zorgen zonder jezelf te verliezen.
Opmerkingen